Terug naar laatst bekeken pagina
Vrede op aarde

Kerstmis..... feest van verzoening, genegenheid en vrede op aarde. Tijd van familiebezoek, terugkijken naar vroeger, gemeenschappelijke herinneringen ophalen en mijmeren bij lichtjes en bisschopswijn. We versieren onze huiskamer met veel dennengroen, kaarsen en kerstwensen en we halen een kerstboom in huis die dan staat te stralen met lichtjes, ballen, kransjes en klokjes. Een prachtig tafereel, u kent dit alles ongetwijfeld net zo goed, met enkele variaties.
Natuurlijk vieren wij elk jaar ook kerstfeest, dat weet u nu wel: op tafel ligt de rode kerstloper met de scheve bomen, alle kerstboeken liggen in een hoek, klaar om voor de zoveelste keer gelezen te worden en van de deksel van een grote doos heeft Echtgenoot met gekreukeld rotspapier een grot gemaakt en daarin wonen nu Maria, Jozef en het kindje. De os en de ezel staan erbij en drie herders met schapen komen net even op bezoek.
Bij de achterdeur staat de kerstboom, met veel lichtjes en rode en zilveren kerstballen. Alles heel feestelijk en gezellig zoals elk jaar.
Behalve vorig jaar dan.
Wat was het geval? Ik zal er niet omheen draaien maar het ronduit en plat zeggen: vorig jaar hadden wij een gemeen loeder van een boom in huis gehaald. Werkelijk, we hebben nog nooit zo'n stiekem exemplaar gehad.
En hij zag er nog wel zo onschuldig uit, toen hij binnenkwam: keurig netjes opgevouwen in zo'n plastic hoesje, net als een paraplu. "Mooi, mooi", zeiden we tegen elkaar, "we zullen 'm maar eens uitpakken". We trokken we de boom z'n plastic jasje uit en zetten hem in een emmer vol aarde. Met een ritselend geluid ontvouwde hij zijn takken. Er viel een wat ongemakkelijke stilte.
"Keurige, brede boom", probeerde ik wat aarzelend, maar dat hielp niet echt. Takken ontvouwen? Nou, het was meer dat hij zijn sprieten liet zakken en iel en wantrouwend in onze kamer stond rond te kijken.
"Jeetje, wat een mager ding", zei Echtgenoot, hij is altijd behoorlijk rechtuit in die dingen. "Nou, misschien valt het mee", hoopte ik, "hij moet zich nog wat zetten en als jullie 'm nou gaan versieren dan is het vast een mooie boom".

De familie pakte de dozen met versieringen en begon de boom vol te hangen.
Ik spaar u de details, maar het resultaat was na enkele uren niet om over naar huis te schrijven: het was en bleef een sprieterig ding dat venijnig zijn takken alle kanten uitstak.
Verder was alles in orde: echt waar. De versieringen waren prachtig, we hadden zin om alle kerstboeken weer eens door te bladeren, beschuit en muisjes waren volop aan de ontbijttafel aanwezig en het kribbetje was erg goed gelukt. Zelfs de engel bleef in één keer hangen. Maar die bóóm.

De dagen erna kwamen we erachter dat hij enkele misselijke trekjes had: als we rustig in de kamer zaten, zonder geluid van radio of TV, dan hoorden we soms een geniepig geluid, tussen geritsel en gesis in (ja, duidelijker kan ik het echt niet zeggen). Dan liet de boom een tak zakken en gleed een kerstbal op de grond. Of een klokje. Of een andere versiering.
Verder genoot hij ervan om, op het moment dat iemand erlangs liep, een stelletje naalden op de grond te laten vallen. Of om ons gemeen bij rok of panty's vast te pakken.
Op den duur kreeg het iets spookachtigs: zo'n stiekeme tak in je benen, dat geritsel, dat onverwachts laten vallen van kerstballen en naalden, we schrokken er elke keer weer van. Nou ja, uiteindelijk zeiden we gewoon hardop dat we het een vervelende boom vonden en van die tijd af plaagde hij ons des te erger. Iedere dag moesten we ballen terugschuiven in de takken, z'n achterkant was al kaal, de voorkant werd ook al bedenkelijk doorzichtig en het gesis kreeg een heel gemene ondertoon. Zo'n anderhalve week na Kerstmis was het grote kerstboom-ophaal-dag in onze wijk.
"Mooi!", riep Echtgenoot opgelucht uit, "geef die boom maar meteen mee. En volgend jaar wil ik een betere hebben, want dit was tien keer niks".

Zogauw ik de kinderen door de straat hoorde lopen en bezig zag kerstbomen weg te slepen heb ik de achterdeur wijd opengezet. De boom moet die laatste opmerking gehoord hebben en hij zette zich al schrap voor het laatste achterhoedeoffensief.
Ik sjouwde de emmer zigzag naar buiten en hij beet zich ritselend vast in de gordijnen. Hij liet vrachten naalden vallen. Met veel gesjor aan stam en top kreeg ik het gevaarte op het terras en begon hem uit de pot te trekken. Hij sloeg met zijn takken in mijn gezicht en kraste over mijn handen. Maar uiteindelijk sleepte ik hem over het tuinpad, door de poort en zette hem aan de straat. Hij gromde me nijdig iets gemeens na. Met leedvermaak zag ik dat hij nu echt helemaal kaal was.
Binnen bekeek ik de sporen van het gevecht: zwarte vegen op de mat en de vloerbedekking zag groen van de naalden. Die vegen, och, die kreeg ik er gemakkelijk uit, maar die naalden!! Het bleek een zeer vasthoudend soort te zijn dat met een soort weerhaakjes overal in vast bleef zitten en stug weerstand bood aan de hoogste stand van de stofzuiger. In het voorjaar heb ik de laatste er nog uitgetrokken.

Dit is eigenlijk geen stukje voor Kerstmis, vindt u ook niet? Vechten, grommen, offensief en geweld? Nee, ik zou u moeten vertellen over vrede, gerechtigheid, verzoening en eensgezindheid.
Laat ik dan maar eindigen met u dit alles van harte toe te wensen. Alle goeds, veel genegenheid en gezelligheid en een heel gezegend Kerstfeest. Zó goed en sfeervol dat u, mócht u in het voorjaar nog naalden in de vloerbedekking vinden, met heel veel vreugde aan Kerstmis terugdenkt.

Susanne Gondrie
Terug naar laatst bekeken pagina