![]() Weer wordt het kerstmis, Heer... Zo begint een oud kerstgedicht. En in dat korte zinnetje is heel veel weergegeven van de kern van ons Kerstfeest. Weer wordt het Kerstmis, tijd van licht en donker, tijd van tegenstellingen; misschien is er geen enkele tijd in het jaar dat die tegenstellingen zo benadrukt worden. Allereerst merken we dat de dagen steeds korter zijn geworden, soms is het zo mistig en bewolkt dat het net is of er niet eens meer echt daglicht is, alleen een vale, grijze schemering die 's avonds weer overgaat in duisternis. En als de dagen het kortst en de nachten het langst zijn weten we dat we het keerpunt hebben bereikt en de tijd van het licht weer tegemoet gaan. En als de dagen zo heel erg kort, koud en grauw zijn, dan horen we soms, door alle duisternis heen, in de tuin een vogeltje zingen. Tegenstellingen: laatst liep ik door de stad en genoot van al die etalages met de meest schitterende uitgaans- en galakleding; prachtige soepel vallende stoffen, glanzend, met glittertjes, met pailletten, alles op mooie, onwaarschijnlijk dunne etalagepoppen. Ik bedoel maar: een normaal mens ziet er zo toch niet uit?? In mijn ene persoontje passen twee van die modellen, nou, dát is opwekkend hoor. Overal roepen de tijdschriften en de winkels je toe: "het is Kerstmis; eet lekker, drink goed, geniet ervan!! We kopen Kerstbrood, we eten een omgedraaid beest of rollade of kalkoen, we maken geen eten klaar maar een diner met gangen en denken na over de bijpassende wijn en we genieten van speciale koffie of thee met van die donkere, verleidelijke bonbons". Maar wacht nou eens even: als ik in die kleren wil passen die erbij horen volgens die etalagepop-pen, dan moet ik gewoon de hele maand december niets eten, lijkt het wel. En waarschijnlijk elke dag in de sportzaal aan apparaten trekken en minuten lang naar adem snakkend op een lopende band hollen tot mijn keel van schuurpapier is. In één etalage zag ik opeens een pop met een normaal figuur. Fijn, dacht ik bij mezelf, dat lijkt er meer op. Maar het bleek een klant te zijn die even in haar mobiele telefoon stond te praten en daar-voor een relatief rustig hoekje had uitgezocht. Dat is natuurlijk soms wat frustrerend, maar er zijn ergere dingen zegt U. En daar hebt U helemaal gelijk in, er zijn veel, veel ergere en schrijnender tegenstellingen: we vieren dat zo rond het jaar 0 in een grot bij het plaatsje Bethlehem Christus is geboren; en, zoals ooit een profeet gezegd heeft: ze zullen hem noemen "Vorst van de Vrede, Wonderbare Raads-man". En dat gebeurde dus uitgerekend in Israël, waar we nu enkel trieste berichten van horen over geweld, terrorisme en bijna-oorlog. Er zijn zelfmoordcommando's, op drukke pleinen in grote steden ontploffen autobommen, terroris-ten plegen aanslagen en onschuldige Israëli's zijn het slachtoffer. Maar aan de andere kant: ik hoor vaak over een klein dorpje, dicht bij Ramallah, op de westelijke Jordaanoever, daar wonen enkele leden van één familie. Het dorpje is afgesloten door de autoriteiten, de mannen kunnen niet naar hun werk dus er komt geen geld binnen. Een vrouw is in verwachting: maar in het dorp is geen vroedvrouw, geen dokter. Ze kunnen niet naar Ramallah toe, Jeruzalem is absoluut verboden ge-bied voor hen, geen auto mag erdoor. Op het moment dat haar baby zich aankondigt is ze met haar man te voet door het dorre land gelopen tot ze aan de grenzen van Jeruzalem kwamen; en daar kon ze gelukkig worden geholpen. Wij kunnen ons niet voorstellen hoe bang, hoe benauwd en hoe totaal uitgeput ze geweest zullen zijn. Onschuldige Palestijnen zijn het slachtoffer. Wat moeten zij doen? Ik weet het niet. Wat kunnen wij doen? Niets, helemaal niets. Dan is het wel erg triest om hier te zingen van "vrede op aarde". En dan kun je echt niet met goed fatsoen zitten te klagen over graatmagere etalagepoppen en vijf-gangen-diners. Dan wáág je het niet om je af te vragen: "krijgen we dit jaar een witte kerst"? In welke kleur tuigen we de Kerstboom deze keer op?" Want dán kun je pas echt spreken over een ellendig grote tegenstelling. Weer wordt het Kerstmis, Heer...... Licht en donker, zon en schaduw, vrede en geweld… tegenstellingen…. Wat kunnen we doen? Misschien is het enige dat er opzit om te proberen die vrede, die Kerstvrede waar we zo van ganser harte over zingen te verspreiden in onze eigen kleine kring. Niet zeuren over te enge kleren, over zaken die toch eigenlijk niet er zake doen en waar we ons gemakkelijk over-heen kunnen zetten. En als we denken dat we iets van die vrede kunnen aanraken, dan die vrede bewaren, het hele komende jaar lang. Meer kunnen we niet doen. Maar minder toch ook niet? Susanne Gondrie ![]() |