|
Voor mij ligt opengeslagen pagina 195 en ik lees: "Roer de bloem met zo weinig mogelijk melk tot een gladde massa (dit om klontjes te voorkomen), voeg langzaam meer melk toe en breng de overige melk met zout aan de kook. Giet het bloempapje bij de kokende melk onder voortdurend roeren en laat de pap nog plm. 5 minuten doorkoken. Dien haar, al of niet met basterdsuiker, op." Dit is het recept voor lammetjespap en dat staat dus op pagina 195 bij het hoofdstuk "nagerechten". Net als havermoutpap (plm. een half uur koken), rijstepap ( laat in een uur gaar worden) en de nu geheel onbekende tapiocapap. Voor u zich afvraagt wat mij bezielt: op een rommelmarkt heb ik onlangs enkele boeken gekocht, waaronder een ouderwets kookboek in zeer goede staat. Er staan welgeteld veertien foto's in, wat verbleekt en met nogal onnatuurlijke kleuren, maar de recepten zijn bijna allemaal versierd met vrolijke tekeningetjes, van springende koks en lachende struiken boerenkool. Ik blijf me, al bladerend, verwonderen over de vele gerechten die ons nu allemaal onbekend zijn, maar die wel geweldig klinken: emiliennetaart, madrileentjes, nesselrodepudding, dunsel en geluksschuitjes, om er voor de vuist weg maar een paar te noemen. En ik verbaas me over de grote hoeveelheid werk die verricht moet worden om bijvoorbeeld de vleesgerechten klaar te maken, dat duurt vaak úren. En wat voor vlees: ossentong, ossenhaas, gepaneerde lamskoteletten, leverworst, balkenbrij en hoofdkaas. Ik neem voor de verandering maar eens een recent nummer van een kooktijdschrift dat voor de klanten van de landelijke grootgrutter gratis in de schappen ligt. Een nummer dat als thema heeft: "culinair fastfood". Het gaat erom in zo weinig mogelijk tijd een smakelijke hap op tafel te toveren. Onder elk gerecht staat hoeveel tijd het (maar) duurt om het klaar te maken. Er wordt enkel met minuten gewerkt, een half uur is het maximum en op de glanzende foto's in prachtige kleuren ziet alles eruit of het zo uit een vijfsterrenrestaurant komt: Spinazie-gorgonzolasoep met kalkoen in 15 minuten, ijsflensjes met bramen-portsaus in 10 minuten. Ik leg tijdschrift en boek terzijde en bedenk dat tussen deze twee banden in werkelijkheid misschien maar vijftig jaar liggen, maar dat het wel het dubbele lijkt. Het oude kookboek begint met het hoofdstuk, getiteld "tafeldekken en tafeldienen", twaalf bladzijden lang voorschriften: welke gast bedient men eerst, waar zet ik het roggebrood neer, hoe te werk te gaan als er twee diensters zijn of "slechts"een en denk eraan: tijdens het diner moet veel gerinkel met glaswerk en bestek vermeden worden. In de tijd dat ik alleen dat hoofdstuk heb dóórgelezen had ik bij wijze van spreken het hele avondeten kunnen klaarmaken, maar ja, ik leef dan ook in een haastige tijd en heb geen enkele dienster. Twee werelden, met daartussen een enorme kloof. Is er toch een brug mogelijk? Ik pak een aflevering van een kooktijdschrift van jaren terug. Drie vriendelijke koks kijken mij lachend aan van achter een groot fornuis en de kop van het artikel roept: slow cooking". Deze drie heren zijn voorstander van de beweging van "slow cooking" oftewel "langzaam koken". Ze hebben toch wel een pagina nodig om dit precies uit te leggen, maar dan is het allemaal duidelijk: We leven met z'n allen in een tijd die beheerst wordt door drukte, dus tijdgebrek, dus haast. En voor echte kookliefhebbers is haast zo ongeveer een vloekwoord. Dus: weg met fastfood, weg met de snelle hap en het in elkaar flansen van wat voedsel in enkele minuten. Er dient weer aandacht en zorg besteed te worden aan het koken, we moeten weer eens uitgebreid de tijd nemen om met liefde een maaltijd klaar te maken en ervan te genieten. Dus weer eens gezellig, uren lang, hachee laten sudderen en sukadelapjes, op een klein pitje bouillon trekken, met een mergpijpje, prei en ui. Dat zeker, lachen de koks mij toe, maar de beweging van slow cooking rekent niet zozeer in tijdsduur als wel in filosofie: dus een hamburger met frietjes klaarmaken kan ook eronder gerekend worden, zo lang het maar gebeurt met liefde en aandacht en zeker niet in alle haast. Dus liever een zorgvuldig klaargemaakte croquet dan een uit de muur getrokken kroket. Dus de gezochte brug over de kloof is zo oud als de weg naar Rome: tijd nemen voor het koken, aandacht eraan besteden en ervan genieten. Dat moet toch niet zo moeilijk zijn? Ik twijfel tussen het moderne tijdschrift en het oude kookboek. Wat zullen we vanavond eens eten? Ik pak toch het kookboek en begin te bladeren. Er staan gerechten in die ik nóóit zal klaarmaken omdat ik nu al weet dat het hele gezin ze niet lust, hoeveel aandacht en liefde ik er ook aan zou besteden: snijbiet, zwoerdrolletjes of schorseneren met kaassaus. Maar misschien keizerinnenrijst? Per slot heb ik de tijd om het allemaal eens goed door te lezen. Susanne Gondrie |