Terug naar laatst bekeken pagina
Koekjes>

"Heb je nog lekkere koekjes?", vroeg een van mijn dochters laatst. "Kijk maar in de kast, ik denk van wel", zei ik terug.
Ze rommelde even.
"Wat is dít nou?", vroeg ze verbaasd en hield een pak koekjes omhoog. "Kérstkransjes? Het is al bijna Pasen, weet je dat wel? En wat doen wij dan met kerstkransjes? Die eet ik echt niet meer op hoor!" Nederig bekende ik schuld.
Enkele jaren geleden had ik gedurende de wilde weken voor Kerstmis de nodige pakken kransjes ingeslagen: schuimkransjes met van die lekkere gekleurde pikkeltjes erop, chocola-dekransjes (puur, melk en wit) en koekkransjes met krakerige stukjes greinsuiker. Lekker, helaas veel te lekker, want in de aanloop naar het Kerstfeest hadden we met z'n allen geleide-lijk aan alle kransjes soldaat gemaakt. Zodat ik op de dag voor Kerstmis nog vlug naar de buurtsuper moest fietsen en daar van het personeel hoorde dat alle kransjes al láng op waren. Achter mijn rug werd er gegrinnikt: gek mens, die zijn toch al lang vóór Kerstmis op, dachten ze natuurlijk. En dus zaten wij de volgende dag bij de boom met een bokkenpoot bij de koffie; lekker maar erg vervreemdend met Kerstmis.
Dit zou nooit meer gebeuren, nam ik mij voor. Dus als een van de kinderen het jaar daarna in december alleen maar begon met het zinnetje: "mag ik alvast een Kerstkransje?", dan riep ik al bij het tweede woord: "NEE! Anders hebben we straks wéér niks!"
Dit systeem heeft zich dus dit jaar tegen ons gekeerd: ik had zo ijverig kransjes gehamsterd en bewaard dat wij na de feestdagen leden aan een diepgevoelde kransjes-moeheid en gewoon een bokkenpoot aten. Dus er lag nog een zielig pakje koekkransjes in de kast; dat heeft zich tot vandaag verborgen weten te houden maar kwam onherroepelijk tevoorschijn. Oh wat triest, kerstkransjes in de vastentijd!
Een van mijn tantes, tante To, heeft ons ooit een soortgelijk verhaal verteld uit haar jeugd en dat wil ik U in dit verband niet onthouden:
toen zij nog een klein meisje was zat zij haar jeugd uit op een lagere school die met straffe hand vakkundig werd geregeerd door een bataljon nonnen. (Let wel: we hebben het nu over de tijd vóór de oorlog en al helemáál voor het tweede Vaticaans Concilie). Zij was een braaf kind en mocht daarom nogal eens karweitjes opknappen voor de zusters. Zíj beschouwde dat als een speciale gunst en de zusters hadden er een gemakkelijk krachtje aan, zo zie ik het. Maar hoe dan ook: kleine Tootje hielp geregeld met poetsen; als je uiterst braaf was mocht je de instrumenten in het natuurkundelokaal schoonmaken, zoals de Ring en de Bol van 's Gra-vesande. Gewonere klussen waren het poetsen van de trappen en volgens tante gebeurde dat toen met een bepaalde stof die de griezelige naam had van "vitriool".
Prima dus: het was Goede Vrijdag en Tootje poetste verwoed de trappen. Af en toe kwam de zuster voorbij, bekeek het zwoegende meiske aandachtig en maakte dan een gebaar van: "keu-rig, werk maar netjes door!", en daarna gleed ze verder. Ze zei niks, want het bataljon had zwijgplicht daar in het klooster.
Toen de trap schoon was kreeg Tootje een beloning van de zuster voor haar werk en let nu goed op, want wat kreeg ze? Ze kreeg, in de Vasten, tijdens de Goede Week en zelfs op Goe-de Vrijdag een suikeren Sinterklaas op een paard.
De Vastentijd duurde lang en Tootje at op weg naar huis die complete Sint met paard op. Thuis vroeg haar moeder: "waar ben je zo lang gebleven, kind?"
"Ik moest voor de zuster poetsen", antwoordde Tootje.
"Zo, en heb je nog iets gekregen?"
"Jazeker", antwoordde ze onbevangen, "een suikeren Sinterklaas op een paard." "Oh, en waar is die nu?"
"Die heb ik opgegeten", zei ze.

Welke straf tante To kreeg herinner ik me niet meer. Wel vertelde ze dat haar moeder jamme-rend door het huis liep en de zonde hardop bleef herhalen. "Een Gods-nakend schandaal", noemde ze het voortdurend. Wat deze hartenkreet precies be-tekent is onduidelijk, maar het klinkt niet best.

Ik bleef even zitten met het overgeschoten pak kransjes in mijn handen. Nu stond ik, een grote tussenruimte in de tijd van zo'n 80 jaar erbij inbegrepen, dus op gelijke voet met de zuster van tante To, om wie wij in de familie altijd hartelijk hebben gelachen. Zij had een Sinterklaas bewaard tot ver in de Vasten, ik een pak kerstkoekjes.
Nederigheid past de mens.
Maar iets heb ik wel geleerd: mijn dochter mocht een vers pakje koekjes openmaken zonder daarvoor de trap te hoeven poetsen en de kerstkransjes hebben een passende bestemming ge-kregen: de prullenbak. En voor iemand van U zegt dat dat toch wel jammer is zeg ik er meteen bij dat ze al ruim over de uiterste verkoopdatum waren. Dat krijg je na zoveel tijd.
Susanne Gondrie
Terug naar laatst bekeken pagina