|
"En, waarmee bent U vandaag tevréden?", vroeg de journalist bedachtzaam en hij trok een bijpassend invoelend gezicht. De camera zwenkte naar het andere eind van de tafel en mijn T.V. scherm werd gevuld met het ongeschoren roofridderhoofd van Maarten van Rossum. Kent U hem? Hij is professor in iets en komt regelmatig op T.V. waar hij zijn zegje doet over Amerika; maar het leukste aan hem is dat hij als geen ander kan mopperen en ontevreden zijn, daarom valt soms onbedaarlijk te lachen. Alleen Ischa Meyer had net zo'n talent. Vanaf het moment dat Maarten van Rossum tweecellig was, dus meteen bij zijn allereerste ontstaan is het mopperen ingebakken in zijn genen en uiteindelijk heeft zijn gezicht de daarbij passende vorm aangenomen: knorrige, een beetje treurige ogen, ontevreden wangen en om-laag hangende mondhoeken. En met een stem als van grind dat knarst onder je voeten mop-pert hij op zo ongeveer alles wat zich voordoet. En dan vraagt die journalist hem of hij ergens tevreden over is?! Kán die man dat wel? Ik wachtte heel benieuwd af. De journalist ook. Maarten richtte zijn ogen nadenkend naar het plafond en televisiekijkend Nederland hield de adem in. Met een zucht kwam het verlossende antwoord: "ja, ik ben heel blij dat er elke dag een krant komt", bracht hij uit. "Het is toch heerlijk om elke morgen de hal in te lopen en de krant van de mat te rapen. Elke dag weer nieuws." Wat ben ik het toch roerend eens met Maarten Mopperkont! U ook? Elke dag ligt daar weer die krant, vol nieuws, prietpraat, interessante gegevens en flauwe kul, zálig! We kunnen ieder van ons kiezen uit een groot aanbod van kranten van verschillende signatuur, politieke voorkeur en overtuiging. En als we de eerste de beste krantenwinkel of buurtsuper binnengaan staan daar rekken vol met nog veel meer kranten, tijdschriften en weekbladen. Maarten gromde nog eventjes door en ik droomde weg met de gedachte aan al dat leesvoer: zou er, gewoon om voor de gezelligheid aan te denken, zou er tussen die hele lawine van let-ters misschien plaats zijn voor nóg een krantje? Een krantje voor mensen als Maarten en mij? Hoe zou dat er uitzien? Wat zou er instaan en vooral: wat niet? In elk geval géén Leefbaar Nederland, niks, absoluut niks over Pim, want ik heb al weken meer dan genoeg van dat kale hoofd met die veel te grote rijen tanden. Géén Willem-Alexander en Máxima, want de bruidsjurk is tot het laatste naadje en knoopje uitgeplozen en te zien geweest. En tegen adios Nonino roep ik hartgrondig adios, het is mooi geweest. Laat ze fijn heel lang op huwelijksreis en daarover geen nieuws dan. Géén gezwijmel over Valentijnsdag, iedereen doet wat-ie wil en vooral: wat-ie niet wil. Géén sport en al helemáál geen voetbal met die ellendige verslagen, commentaren op versla-gen en commentaren op verslaggevers. Geen eeuwig wisselende coaches, geen idiote geldbe-dragen voor over het paard getilde puberjongetjes en niks over buitenspel waar ik nooit iets van heb begrepen en dat ik zo wil houden tot in lengte van dagen. Dat komt er allemaal niet in dus. Maar wat dan wel? Veel denksport, liefst een hele pagina die je uitspreidt over je ontbijttafel en die je lekker kunt invullen en vol jamvlekken smeren intussen. Nieuws, goed en doordacht verslagen. Veel en uitgebreide weerberichten, heel veel over muziek, films en boeken. Heel erg veel over het Internationale Gerechtshof in den Haag met het Joegoslavië-tribunaal. Degelijke berichtge-ving, veel achtergrondinformatie en analyse. Want laten we ons wel realiseren: hier wordt geschiedenis geschreven! Wat nog meer? Een grote rubriek voor mensen die dingen en andere mensen zoeken. U weet wel: "ik zoek de boeken Vogeltje en Vogeltje blijft zingen" en: "in onze familie is ooit ruzie ontstaan en nu ben ik al jaren op zoek naar mijn neef". Verder: géén showbizznieuws, geen riooljournalistiek, geen ranzige zogenaamde reportages over wie-is-weer-bij-wie en wie-is-van-wie-af. Maar op de voorpagina staat altijd een grote column van Maarten van Rossum. Wat zal dat een heerlijke krant worden. Oké, weekblad mag natuurlijk ook. De camera zwenkte weg van Maarten, terug naar de journalist die nog steeds invoelend keek, nu naar de kijkbuiskinderen. "Dag Maarten", zei ik en duwde op de uit-knop van de afstandsbediening. Mijn dag kon niet meer stuk. Susanne Gondrie |