|
Een reis van tien jaar Weet u zo, gewoon maar even tussendoor, waar de plaats Kourou ligt? Geeft niks hoor, als u het niet weet. En als u het wel weet, ik zou zeggen: compliment, u gaat door voor het stoomstrijkijzer en het pindastel. Kourou is een plaats in Frans Guyana en het is de ruimtehaven van Europa. Op 2 maart van dit jaar is van daaruit de sonde Rosetta gelanceerd met behulp van een Arianeraket. De bedoeling is dat Rosetta enkele keren om de aarde draait en daarbij steeds meer snelheid krijgt, een beetje als een kogelslingeraar doet. Na een lange reis van tien jaar door ons zonnestelsel zal Rosetta de komeet Churyumov-Gerasimenko bereiken en de lander Philae activeren die dan op het oppervlak van de komeet landt. Wij mogen daar best wel een beetje trots op zijn, want een deel van dit project wordt geregeld vanuit Noordwijk, waar ESTEC is gevestigd. Dat is de Nederlandse tak van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. En daar aan zee zorgen ze voor het management, de technische ondersteuning, zijn ze bezig met nieuwe ontwikkelingen en kwaliteitsbewaking en testen ze satellieten. In de kranten en op de televisie is uitgebreid aandacht besteed aan de lancering van Rosetta, want dit is de eerste missie naar een komeet, zo hebben we regelmatig te horen gekregen. Technisch klopt dit ook wel, maar op een ander vlak is het eigenlijk niet helemaal waar. Want in het boek "Hector Servadac" van Jules Verne staat beschreven hoe op een goede dag een komeet in het zonnestelsel de aarde schampt en enkele gedeeltes ervan meeneemt. De komeet vervolgt de reis en de nieuwe bewoners ontmoeten elkaar stukje bij beetje: een Franse kapitein met zijn verzorger, een Russische graaf die op een schip woont met een complete bemanning, enkele Italiaanse en Spaanse boeren en op een buitenpost resideert een Engels bataljon dat zich apart houdt en elke dag wacht op bericht uit het moederland. Kortom: een mooie vertegenwoordiging van het toenmalige Europa. En uiteindelijk komen ze aan bij een huis waarin een beroemde Franse geleerde woont: de professor in de sterrenkunde met de prachtige naam Palmyrin Rosette. Hij legt de hele bevolking uit dat zij wonen op "zijn" komeet die hij Gallia heeft genoemd. In het boek reist Gallia door het zonnestelsel en komt uiteindelijk weer bij de aarde. De bevolking maakt een enorme luchtballon en alle bewoners stijgen op. De atmosferen van aarde en komeet vermengen zich en iedereen landt met een flinke klap weer op aarde. Maar ja, wie kent tegenwoordig nog de boeken van Jules Verne? Ze zijn zo ouderwets, uit de tijd en gedateerd in deze snelle wereld van internet, mobieltjes en pincodes. Toch hou ik zo van de sfeer, van de prachtige illustraties en de ellenlange beschrijvingen. En als ik dan lees over de missie van Rosetta dan is het duidelijk dat het een satelliet is met een massa elektronische apparatuur aan boord. Die landt over tien jaar op een totaal kaal oppervlak van een volslagen onbewoonbare komeet. Technisch een ongelooflijk knappe prestatie en ik heb alle bewondering voor de Willie Wortels in Noordwijk. Maar de lezeres in me heeft een beetje medelijden met die eenzame Rosetta, zo alleen op die dappere missie die tien lange eindeloze jaren duurt. Dan zie ik haar maar voortploeteren door dat lege heelal, helemaal alleen. Af en toe komt ze voorbij een planeet en wat meteorieten en soms roept de thuisbasis haar op: "ben je daar, kind?" En dan antwoordt ze "hier ben ik, mamma." Een beetje als een trieste en verlaten E.T. En dan gun ik haar zo graag de wereld van Jules Verne. Daar leeft een groep Europese zwervers, gezellig op een groot Russisch schip met een grote voorraad levensmiddelen of in een knus soldatenhuis. Er is altijd een enorme bibliotheek en dus genoeg te lezen en te bepraten. In ieder geval samen met elkaar, in een soort nieuwe wereldorde in miniatuur. Romantici zijn wij, uit de tijd en gedateerd. Wij spreken van vallende sterren en zij noemen het meteorieten. Zij laten hun computer contact maken met de satelliet. En wij, het uistervend ras? Wij kijken de komende tien jaar soms naar de hemel en zeggen: "ben je daar, Rosetta?" Dan is ze niet zo helemaal alleen. Susanne Gondrie |